Een explosie is een supersnelle verbranding. Voor verbranding zijn 3 elementen nodig: zuurstof, brandstof en warmte. Zuurstof en brandstof dienen de juiste verhouding tot elkaar te hebben: niet teveel zuurstof en niet teveel brandstof.
|
Niveau |
: |
Mavo 2/3/4, Havo 2/3, VWO 2/3 |
|
Doel |
: |
|
|
Nodig |
: |
|
Wat gebeurt er?
Het blik is boven en beneden voorzien van een gat.
In het blik zat lucht (met zuurstof). Door er gas in te blazen, ontstaat een mengsel van zuurstof en gas. Zuurstof en gas vormen een brandbaar mengsel, maar er gebeurt niets zolang je geen warmte in brengt.
Gas is lichter dan zuurstof. Hierdoor komt het mengsel in het blik in beweging. Bovenin stroomt gas uit het blik, onderin stroomt lucht in het blik. De samenstelling van het mengsel verandert dus langzaam: minder gas, meer zuurstof.
Bij het uitstromende gas houden we een vuurtje waardoor het gaat branden.
Naarmate er minder gas in het blikje zit, is er minder opwaartse kracht, minder uitstromend gas en wordt het vuurtje kleiner tot je hem niet eens meer kunt zien.
Op en bepaald ogenblik slaat het vuurtje naar binnen, in het blik. Hierdoor explodeert het resterende mengsel en wordt het blik (of alleen de deksel met een knal gelanceerd.
Uiteraard zijn er allerlei manieren om dit experiment nog een beetje te pimpen. Pringles bijvoorbeeld.
Tip: zet het blikje niet zomaar op tafel. Want als je het gat aan de onderkant hebt geboord, kan er dan geen lucht in stromen. Bovendien wil je eventuele verschroeiing van je tafeloppervlakte voorkomen.

